|
Dit zijn systemen welke dienen om de kwaliteit van ons water in
stand te houden.
De meest gebruikte en ook de meest economische methode om afvalwater,
verontreinigd, dierlijke en plantaardige oliën en vetten en
bezinkbare materialen te behandelen is een afscheidersysteem. Een
optimaal afscheidersysteem bestaat uit de volgende 3 element:
1. Afscheider voor bezinkbare stoffen
a. Deze is bedoeld voor het achterhouden van de bezinkbare bestanddelen
zoals zand, slib metaaldeeltjes, schilfers etc.
b. Geplaatst voor een vetafscheider heeft dit als voordeel dat de
goede werking van de afscheider niet wordt belemmerd en tevens kan
afvalwater met een te hoge temperatuur afkoelen omdat ook een te
hoge afvalwater temperatuur de werking van de afscheider niet ten
goede komt.
2. Afscheider voor plantaardige oliën
en vetten
Op basis van het te behandelen afvalwater en de gestelde eisen
aan het effluent zal deze gedimensioneerd worden.
3. Controleput
Deze dient ervoor om het door de afscheider behandelde afvalwater
te kunnen controleren. Aan de hand van die controle kan worden beoordeeld
of het systeem goed werkt en het te lozen water de gewenste kwaliteit
heeft.
4. Uitvoering
Er zijn veel uitvoeringen verkrijgbaar, variërend van een
systeem opgebouwd uit losse elementen tot een geheel geïntegreerd
systeem. De grondslag voor de werking en de uitvoering van het afscheidersysteem
wordt bepaald door:
a. Samenstelling van het afvalwater.
b. De eisen gesteld aan de kwaliteit van het te lozen effluent.
c. De activiteiten en werkzaamheden die in het bedrijf plaatsvinden
in relatie met de daarbij gebruikte installaties en soorten en hoeveelheden
chemicaliën.
Het principe van de gravitaire afscheiding berust op het verschil
in dichtheid. Stoffen die niet in water oplossen en lichter zijn
dan water zullen opstijgen en gaan drijven. De stoffen die zwaarder
zijn dan water zullen bezinken. Kleine deeltjes stijgen langzamer
dan grote en hebben dus meer tijd nodig om zich af te scheiden uit
water.
1. Afscheider voor bezinkbare stoffen
In de bezinkselafscheider worden de onopgeloste deeltjes die zwaarder
zijn dan water afgescheiden. De bezinkselafscheider moet zo zijn
geconstrueerd dat het afvalwater een zondanig lange verblijftijd
heeft dat de deeltjes de tijd krijgen te bezinken.
(plaatje)
PRINCIPE WERKING AFSCHEIDER
(plaatje)
PRINCIPE GEINTEGREERDE INSTALLATIE
2. Afscheider voor plantaardige oliën enz.
Voor de afscheider geldt eveneens dat het afvalwater een zodanige
verblijftijd in de afscheider moet hebben dat de onopgeloste deeltjes
die lichter zijn dan water kunnen opstijgen. De mate van afscheiding
is afhankelijk van de grootte op dichtheid en de af te leggen stijghoogte
alsmede de tijd. Als de laag afgescheiden stoffen een bepaalde dikte
heeft bereikt moet ze worden verwijderd. Gebeurt dit niet dan zullen
de afgescheiden stoffen door de afvalwaterstroom worden meegevoerd.
De afscheider functioneert dan niet meer. In dit type afscheider
worden uitsluitend de grotere en licht vloeistofdeeltjes afgescheiden.
Gedispergeerde deeltjes en geëmulgeerde vloeistoffen worden
niet afgescheiden.
| AFSCHEIDERSYSTEMEN
ALGEMEEN |
Keuze installatie
Plaatsing
Plaatsingsvoorschriften
Specificatie vetafscheiders
Keuze installatie
1. Materialen
Afscheidersystemen kunnen uit verschillende materialen worden vervaardigd.
Het materiaal is van belang in verband met de bedrijfszekerheid,
levensduur en de plaats waar het systeem moet worden geïnstalleerd.
Fa. Vervelde levert p dit moment afscheidersystemen vervaardigd
uit de volgende materialen: roestvaststaal, plaatstaal en handmatige
aftapinrichting.
2. Inbouwdiepte
Afscheidersystemen moeten vorstvrij worden geplaatst.
In verband met inbouwdiepte moeten opzetstukken worden aangebracht.
3. Afdekking en belasting
De afdekking mag niet uit roosters bestaan, dus dicht. Bij ontwerp
en uitvoering van de installatie moet rekening worden gehouden met
de mechanische belasting, die kan optreden bijv. verkeersbelasting.
De totale constructie moet zijn ingedeeld naar de belasting in een
klasse volgens NEN-N-124.
| ALGEMENE AANWIJZINGEN
EN AANDACHTSPUNTEN |
1. Plaatsing
Voor een goede plaatsing van een afscheidersysteem zijn de volgende
criteria van belang:
- Het afscheidersysteem zo dicht mogelijk bij de verontreinigingsbron
plaatsen.
- De plaats moet gemakkelijk bereikbaar zijn voor controle, onderhoud
en leegmaken en reinigen. Daarbij moet rekening gehouden worden
met het feit dat het leegmaken en reinigen meestal gebeurt met een
grote vacuumwagen.
- Het afscheidersysteem moet vorstvrij worden geplaatst.
- Geen "schoon" hemelwater van daken en sanitair afvalwater
aansluiten op het systeem.
- Bij plaatsing rekening houden met het totaal gewicht van het systeem
in relatie met de grondslag van de ondergrond.
- Indien het systeem uit meerdere elementen bestaat, dan moeten
deze elementen met flexibele leidingen met elkaar worden verbonden.
De elementen mogen t.o.v. elkaar geen verschil in zetting vertonen,
dit is o.a. te vermijden door ze op een funderingsplaat te plaatsen.
2. Goedkeuring door de overheid
- Deze worden door de gemeente verstrekt.
- Plannen en bestek van het systeem dienen ter goedkeuring aan de
gemeente te worden voorgelegd.
3. Installatie
- In verband met een zorgvuldige en correcte plaatsing en installatie
is het noodzakelijk nauwkeurige gegevens te verstrekken over de
plaats, de grondslag, ondergrond, mogelijke belasting etc.
- Plaatsing en installatie kan door een aannemer of installateur
geschieden.
- Bij plaatsing en bediening moeten de voorschriften van Fa. Vervelde
worden opgevolgd.
- Voor het onderhoud, leegmaken en reinigen kan een overeenkomst
met de Fa. Vervelde worden afgesloten.
| PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN
ALGEMEEN |
1. Een afscheiderinstallatie voor plantaardige en dierlijke oliën
en vetten bestaat in principe uit een voldoende gedemencioneerde
bezinkselafscheider, welke altijd vóór de eigenlijke
afscheider voor plantaardige en dierlijke oliën en vetten moet
worden geplaatst.
2. De aanvoerleidingen dienen, om te verhinderen dat er vet achterblijft,
een afschot te hebben van ten minste 1:50 en moeten eenvoudig zijn
te reinigen.
3. De aan- en afvoerleidingen van de vetafscheiderinstallatie dienen
te worden ontlucht.
4. De afvoerputten moeten regelmatig worden schoongemaakt.
5. De afscheiderinstallatie kan rechtstreeks of middels overgangsstukken
op elk handelsgebruikelijke leiding worden aangesloten.
6. Geen pompinstallatie plaatsen in de afvoerleiding van de vetafscheiderinstallatie,
daar een goede afscheiding hierdoor ongunstig kan worden beïnvloed.
7. Het is niet toegestaan afvoerleidingen van o.a. toiletten of
hemelwater op de vetafscheiderinstallatie aan te sluiten.
Plaatsingsvoorschriften
1. Controleer bij aflevering de afscheiderinstallatie en alle andere
onderdelen op beschadiging, breuk etc.
2. De bouwput moet worden gegraven. De bijgeleverde tekening(en)
en/of documentatie geeft de juiste omvang van de vetafscheiderinstallatie
aan.
3. De afscheiderinstallatie moet waterpas staan. Het storten van
een betonvloer in het werk vergemakkelijkt de plaatsing.
4. Afscheiderinstallaties uit kunststof dienen, nadat ze in de bouwput
zijn geplaatst geheel met water te worden opgevuld alvorens de bouwput
weer met zand wordt opgevuld.
5. De aanvoerleiding (afschot 1:50) dient op de inlaat te worden
aangesloten.
6. Indien men tevens een bezinkselafscheider installeert dient deze
altijd voor de afscheiderinstallatie te worden geplaatst. Ook hier
geldt dat de aanvoerleiding aan de inlaat van de bezinkafscheider
moet worden gekoppeld.
7. De afscheiderinstallatie moet vorstvrij worden geplaatst. Om
de daarvoor gewenste diepte te bereiken kan gebruik gemaakt worden
van opzetstukken. Deze kunnen ook worden gebruikt om de aansluiting
van de afscheiderinstallatie aan te passen aan het peil van aan-
en afvoerleidingen. De voegen tussen opzetstuk en afscheiderinstallatie
als ook tussen de opzetstukken onderling dienen te worden afgedicht
met een middel dat bestand is tegen water, vet, vethoudend afvalwater
en de hieruit ontstane afbraakproducten.
8. Verwijder alle voorwerpen die niet in de afscheiderinstallatie
thuishoren (gereedschappen, cementresten e.d.).
Afdekking met een maximale belasting van 125 kN
Indien de afdekkingen met een max. belasting van 125 kN worden
toegepast dient men de betreffende plaatsingsvoorschriften in acht
te nemen (zie pag. 4/900/009.0).
| SPECIFICATIE VETAFSCHEIDERS |
Cf. NEN 7087
Plaatstaal kwaliteit ST 37
Staalklasse SA 2,5
Coating uitwendig 350 [
Coating inwendig 350 [
Lichtverkeerklasse A.
Type nr. 2.4.7.10
Standaard model Type 2
1500x1500x550
Diverse uitvoeringen zijn te leveren.
Type nr. 1
B.V.I.T.B.V. Catering bedrijven zijn ook leveraar na verkregen toestemming
van de betreffende gemeente.
Tevens zijn voor moeilijke plaatselijke omstandigheden, vetafscheiders
te leveren.
Informatie Aanvragen
|